
Gaat gemakzucht samen met financiële rijkdom? Dat vraag ik me af.
Vroeger had ik altijd het idee dat als je gemakkelijk geld uitgaf aan spullen of diensten, je nooit wat op kon bouwen. Je moet immers dingen laten om ergens te komen: verantwoord leven. Maar het heeft ook te maken met wie je bent. We zijn allemaal verschillend, al zag ik dat vroeger niet zo.
Als je spullen koopt omdat ze nou eenmaal bij je passen en je er het nut van in ziet, is dat geen arrogantie. Neem als voorbeeld een duur apparaat, of een goed stuk gereedschap, waarmee je je beoogde doel simpelweg beter kunt bereiken. Het gekke is: als je dingen koopt die echt bij je passen, lijkt het zich vanzelf terug te betalen. Het werkt voor je! En automatisch voel je aan hoe ver je daarin kunt gaan. Het is eigenlijk gewoon investeren.
Gemak kan — en mág — dus best. Gemakken dienen de mens! Maar wanneer, en voor wie? Je moet er ook weer niet te lang over peizen. Je doet je ding en het komt vast wel goed.
Moet je dan helemaal geen handrem hebben? Nou, het lijkt me het ultieme genot als je die handrem helemaal niet voelt. Dat je koopt wat je nodig denkt te hebben zonder meteen stil te staan bij verantwoording. Geen stemmetjes die roepen: “Moest dat nou wel?” of “Is het niet allemaal wat te veel?”, maar gewoon het rotsvaste gevoel dat het allemaal wel goed komt.
Dat gemak uit zich trouwens ook in de omgang met mensen: zeggen wat je vindt, zonder je direct af te vragen of dat wel verstandig was. Dat is natuurlijk heel wat anders dan er alles maar ongenuanceerd uitflappen en mensen kwetsen. Dat herkennen we allemaal wel. En dat is meteen een mooi voorbeeld van wat ouder worden eigenlijk is: je wordt tactischer. Je zegt dingen genuanceerder, of je verpakt je mening slim in een vraag.
Negatieve lading
Toch heeft ‘gemak’ vaak een negatieve klank. Denk maar aan woorden als gemakzucht, op je dooie gemak, of het populaire dat is te kort door de bocht. Die voorzichtigheid maakt onze besluitvorming over het algemeen misschien wel zo traag. Je wilt niet verkeerd beoordeeld worden of de verkeerde dingen zeggen.
Soms kán gemak simpelweg niet. Door eens flink onderuit te gaan omdat je te gemakkelijk dacht, word je vanzelf kritisch. Maar je moet oppassen dat je daar niet te negatief door wordt, want gemak moet ook kunnen, vind ik. Dan krijg je weer dat bekende verhaal van: “Ze nemen me maar zoals ik ben.” Dus maak het jezelf vooral niet te moeilijk. Overal zit een balans in, toch?
Spontaniteit
De gezonde tegenhanger van al dat gepeins is spontaniteit. Het jezelf gewoon gemakkelijk maken. Weten dat je in gezelschap verkeert waar je goed ligt, dat geeft energie! Dat gezelschap accepteert je zoals je bent en je voelt je op je gemak.
Dat geeft soms ook iets overmoedigs. Ik denk dan al snel dat de rest van de wereld me ook wel zo zal accepteren, maar dat is natuurlijk niet zo. Door de jaren heen heb ik dat wel geleerd. Maar toch blijft het heel verleidelijk om zo te denken. Gewoon omdat ik het heerlijk vind om onder de mensen te zijn en een verhaal te vertellen. En dat is eerlijk gezegd ook de absolute essentie van muziek maken.
Het verhaal vertellen met muziek
Want dat is wat je uiteindelijk doet als je muziek maakt. Je krijgt (naar mijn idee) een intuïtief gevoel over wat je moet doen om iets over te brengen, en dat vertaal je naar tonen.
Als je die wisselwerking met het publiek voelt, ben je op je gemak. En dan groei je. De mensen raken geïnteresseerd in je, net zoals bij een goed verhaal dat ze graag van je willen horen.
Bij muziek moet je het over het algemeen niet te ingewikkeld maken, al mag je best je vakmanschap laten zien. En dát is pas echt niet gemakkelijk. Want als het te warrig of ‘breierig’ wordt, raak je de aandacht kwijt en wordt het een slecht verhaal. Daar zit al dat oefenen in: oefening baart kunst. En hoe beter de techniek, hoe meer je op je gemak bent.




